Op een zwoele augustusavond aan het einde van een drukke zomer, klaagt weduwe Lucy Verplancke, eigenares van de brasserie 'Blankenberge' over haar slecht seizoen. Zij wil daarom de zaak verkopen. Haar hopeloos verwende zoon Kurt wil de brasserie laten ombouwen tot een dancing. De wijkagent Armand heeft een oogje op de weduwe en hangt bij haar hele dagen aan de toog.
In 'Blankenberge' werken verder de jonge kelner en jobstudent Philippe, die de jonge dienster Brigitte wel ziet zitten, maar zij krijgt eveneens avances van Kurt. Zij heeft echter alleen belangstelling voor haar mogelijke zangcarriere. Het overige personeel bestaat uit Carine, een serveerster op haar retour, die het bed deelt van iedereen en die bovendien aardig van zich kan afbijten.
Ten slotte is er nog de keukenhulp Bertje, een geïsoleerde, oudere man, die genegenheid en seks zoekt bij Idris, een jonge illegaal en manusje-doet-al. De laatste avond is er het traditionele afscheidsfeestje voor het tijdelijk personeel. In die bluesy sfeer ontwikkelt zich het hele dramatische gebeuren. Met lef, passie en humor licht Lanoye niet alleen de wereld van de horeca door, maar slaagt hij er eens te meer in ons menselijk gedrag te ontmaskeren.